|
Saddam Hoessein Abd
al-Majid al-Tikriti (28
april 1937)
was van 1979
tot 2003 autocratisch
president en heerser van Irak.
Saddam Hoessein (صدام
حسين) werd in Irak geboren in het dorp Al-Auja,
nabij de stad Tikrit
in de provincie Salah
ad Din. Zijn vader verliet het gezin voordat Saddam werd geboren.
Saddam werd naar eigen zeggen mishandeld door zijn stiefvader. Hij mocht
niet naar school en bracht zijn vroege jeugd als schaapherder door. Vanaf
zijn tiende werd hij opgevoed door zijn xenofobe
oom Khairullah Tulfah, een van de weinige geletterden in Tikrit en auteur
van het pamflet Drie dingen die God
niet had moeten scheppen: Perzen,
joden en vliegen.
Behalve door zijn oom werd de jonge Saddam tot politiek activisme geïnspireerd
door Nassers
pan-arabisme.
In 1957
werd Hoessein lid van de socialistische Ba'ath
Partij. In hetzelfde jaar pleegde hij zijn eerste politieke moord; hij
liquideerde zijn zwager, een communistische
activist.
In 1959
werd Saddam Hoessein, na een mislukte poging tot liquidatie van de Iraakse
premier Abdul
Karim Kassem, bij verstek ter dood veroordeeld, waarna hij onderdook in
het dorpje Adwar
(Ad Dawr) en vervolgens via Syrië
naar Egypte
vluchtte.
Een deel van zijn
opleiding ontving Hoessein, door bemiddeling van Nasser (met wie hij in
Egypte kennis maakte), aan de rechtenfaculteit
van de Universiteit
van Caïro. Na de 14e Ramadanrevolutie van 8 februari 1963
keerde hij naar Irak terug.
Hoessein werd na een
machtswisseling gevangengezet, maar wist de gevangenis in 1967 te
ontvluchten. In 1968
deed hij actief mee aan de geweldloze coup door de Ba'ath Partij. In
datzelfde jaar studeerde hij af in rechten aan de Universiteit
van Bagdad. Hij werd prompt benoemd tot vicevoorzitter van de Revolutionaire
Commandoraad en was vanaf 1973 generaal
in de krijgsmacht. In 1979
kondigde president Ahmad
Hassan al-Bakr (op 42-jarige leeftijd) zijn aftreden aan waarna
Hoessein zich zowel het voorzitterschap van de partij als het
presidentschap wist toe te eigenen.
Hoessein verkreeg de
absolute macht in Irak en benoemde leden van zijn Al-Tikriticlan
op bijna alle belangrijke posten in zijn regering. Hij overleefde tal van
couppogingen en aanslagen op zijn leven. Ter consolidatie van zijn macht
liet hij vele opponenten ombrengen, waaronder leden van zijn eigen familie.
Een uitgebreid veiligheids- en inlichtingensysteem, de geheime politie en
zeer waarschijnlijk het gebruik van dubbelgangers, hebben hem behoed voor
liquidatie.
Onder zijn dictatoriale
regime gebruikte hij de oliereserves
om van zijn land een belangrijke regionale militaire macht te maken.
Tijdens dit regime werden de Koerden,
die vooral in het noorden van het land wonen, zwaar onderdrukt. In totaal
werden naar schatting 200.000 Koerden vermoord door middel van chemische en
conventionele wapens, alsmede dodenmarsen waarbij mensen werden uitgebuit
en verhongerd.
Irak-Iran
oorlog
Saddam Hoessein voerde van
1980 tot 1988
een bloedige oorlog met het buurland Iran,
de Irak-Iran
oorlog. Hoessein zette in deze oorlog verschillende chemische
massavernietigingswapens in (bevestigd door inspecteurs van de Verenigde
Naties). Formeel was het twistpunt de grenslocatie met betrekking tot
de Shatt-al-Arab, het gecombineerde kanaal van de Eufraat
en de Tigris
naar de Perzische
Golf.
Golfoorlog
In augustus 1990
bezette hij het eveneens olierijke buurland Koeweit.
Het motief dat werd gegeven was de claim dat dat land historisch gezien
deel uit zou maken van Irak. Dit was het begin van de Golfoorlog
van 1990-1991. Tijdens de oorlog vuurde hij Scud-raketten
af op Israël
en Saoedi-Arabië.
De bezetting werd begin 1991
met Operatie Desert Storm door geallieerde strijdkrachten onder aanvoering
van de Verenigde
Staten ongedaan gemaakt.
Sancties
Na deze oorlog werd een handelsembargo
van de Verenigde Naties afgekondigd. Hoewel het oorspronkelijk bedoeld was
als strafmaatregel wegens Hoesseins weigering om mee te werken met de VN op
het gebied van wapeninspecties
in Irak, gaven de Verenigde Staten aan de sancties te willen handhaven,
zelfs al zou Hoessein volledig aan de inspecties meewerken. In 1996
aanvaardde het Iraakse parlement een plan van de VN-Veiligheidsraad
om Irak toe te staan een beperkte hoeveelheid olie te verkopen met de
opbrengst waarvan iets aan de meest urgente humanitaire noden zou kunnen
worden gedaan. Critici van de sancties, waaronder vele humanitaire
belangengroepen, stellen dat de sancties miljoenen onnodige slachtoffers
hebben geëist. Anderen menen dat de vele doden het gevolg zijn van
Hoesseins onbuigzaamheid en economisch mismanagement, en stellen dat de
noodzaak om Irak in bedwang te houden van meer belang is dan humanitaire
overwegingen.
De Veiligheidsraad van de
VN riep Saddam in november 2002
unaniem en onder ultimatum op volledig en onvoorwaardelijk mee te werken
aan wapeninspecties. In maart 2003
oordeelden de Verenigde Staten, het Verenigd
Koninkrijk en bondgenoten dat Irak niet aan deze VN-oproep voldeed, en
openden de aanval. Het regime was in april verslagen; sindsdien werd
Hoessein, tot zijn plotselinge gevangenneming in december, niet meer gezien.
Wel liet de televisiezender Al-Arabia
enkele malen een geluidsopname horen van een man die opriep tot verzet
tegen de Amerikaanse indringers. Volgens de CIA
is het zeer waarschijnlijk dat het hierbij ging om de stem van Saddam
Hoessein.
Saddam Hoessein is gehuwd
met Sajida
Talfah. Het echtpaar heeft drie dochters, Raghat, Rana en Chrisnia en
had twee zonen. De echtgenoten van twee dochters werden vermoord door
aanhangers van Hoessein, nadat zij in ongenade vielen bij hun schoonvader.
Beide zonen - Oedai
Saddam Hoessein, die de post van minister van defensie bekleedde, en Koesai
Hoessein - kwamen om in een vuurgevecht met Amerikaanse troepen in Mosul.
Gevangenneming
Saddam Hoessein vlak
na gevangenneming
Volgens de Amerikaanse
versie van het verhaal werd Saddam Hoessein op 13
december 2003
(rond 20.00 uur) gearresteerd door Koerdische
troepen van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) en Amerikaanse
speciale eenheden. De operatie heette Red Dawn (Rode Dageraad).
Hoessein werd aangetroffen in een onderaardse ruimte bij een boerderij in
het dorp Adwar,
15 kilometer ten zuiden van de stad Tikrit. De toegang tot de ruimte,
nauwelijks groot genoeg voor een volwassen man maar voorzien van
luchtkanalen, was afgesloten door een stuk schuimrubber en afgedekt met
aarde. Omdat Hoessein een geweer bij zich droeg wilden de militairen een
handgranaat naar binnen gooien maar lieten dit achterwege toen Hoessein
zich bekend maakte. Saddam Hoessein had zijn baard en haren laten groeien,
waarschijnlijk om onherkenbaar te worden. Ondanks de door de VS uitgeloofde
hoge prijs op zijn hoofd en de intensieve zoekacties, heeft Hoessein zich
ruim 8 maanden schuil kunnen houden.
Volgens de versie van
Sergeant Nadim Abou Rabeh, een voormalige Amerikaanse marinier van Libanese
komaf die betrokken was bij de arrestatie van Saddam Hussein, werd Saddam
Hoessein in werkelijkheid gevangengenomen in een woning en dus niet
gevonden in een put. Ook werd er flink verzet geboden tijdens zijn
arrestatie. Hierbij is een andere marinier van Soedanese afkomst
doodgeschoten. De arrestatie was volgens hem een dag eerder namelijk op 12
december 2003.
De schuilkelder waar
Saddam Hoessein "gevonden" werd was volgens Rabeh een lege
waterput. Diezelfde dag zou de gepresenteerde arrestatiescène in
elkaar gezet zijn door een militair productieteam, waarmee een dag later de
wereldpers werd gehaald.
Saddam Hoessein werd
waarschijnlijk verhoord op een Amerikaans marineschip en begin 2004
teruggebracht naar Irak. Hij was krijgsgevangene
van de Coalitie tot hij op 1
juli werd overgedragen aan het op 29
juni aangetreden Iraakse interim-bewind. Op 1 juli 2004 werd hij
voorgeleid aan het gerechtshof. Hij erkende de rechtbank niet en weigerde
de aanklacht, die zeven punten bevatte, te ondertekenen.
Op 19
oktober 2005
begon de rechtszitting tegen Hoessein.
Op 19
juni 2006
eiste de openbaar aanklager de doodstraf tegen hem en 2 medeverdachten. Hij
zou de doodstraf moeten krijgen voor de moord op 148 Sjiieten.
Saddam zou de opdracht hebben gegeven voor deze moorden. Op 10
juli zal de verdediging beginnen met haar verweer tegen de eis.
Op 21
augustus 2006
komt Saddam Hoessein voor. Hij moet zich verantwoorden voor de moord op
bijna 100.000 Koerden,
tijdens zijn Anfal-campagne.
Hij moet samen met zijn half-broer Al-Majeed, ook wel bekend als Ali
Chemicali, voorkomen.
|