|
Moammar Abu Minyar
al-Qadhafi (معمر
القذافي (met diverse
spellingvarianten); Sirte,
juni 1942)
is de leider van Libië
sinds 15
januari 1970.
Hij bezit geen publiek ambt of titel.
Vroege
carrière
Qadhafi stamt uit een
familie van nomadische
Bedoeïenen.
Van 1956 tot 1961
bezocht hij een koranschool
te Fezzan.
Hij studeerde geschiedenis (tot 1961)
en bezocht enige tijd de militaire academie van Bengasi,
waar hij zich in 1963
aansloot bij de Vrije Officieren voor Eenheid en Socialisme, een
organisatie van pro-nasseristische, antimonarchistische officieren. Na het
behalen van zijn diploma werd hij voor training naar Groot-Brittannië
gezonden. Qadhafi keerde eind 1966
naar Libië terug.
Staatsgreep
Op 1
september 1969
pleegden de Vrije Officieren voor Eenheid en Socialisme een
staatsgreep. Koning Idris
I, die op dat moment in Turkije
verbleef voor een behandeling, werd afgezet en de republiek (Libische
Arabische Republiek) werd uitgeroepen. Op 8
september 1969
werd Qadhafi tot voorzitter van de Revolutionaire Commando Raad benoemd.
Tussen Qadhafi en de andere jonge officieren brak een machtsstrijd los, die
in januari
1970 in het
voordeel van Qadhafi werd beslecht.
Op 20
december 2003
heeft al-Qadhafi toezeggingen gedaan over het stopzetten van zijn
massavernietigingsprogramma's (gifgas,
kernwapen)
in ruil voor stopzetting van de Amerikaanse
sancties tegen Libië.
Ideologie
Qadhafi heeft in de loop
van jaren een geheel eigen politieke filosofie
ontwikkeld, dat hij het Arabisch socialisme en islamitisch
socialisme noemt. In feite is zijn leer, zoals opgetekend in zijn Groene
Boekje (1976)
een soort combinatie van islamisme
en populistisch socialisme. Enerzijds streeft hij naar een strikte naleving
van de Sjaria,
de islamitische wetgeving, anderzijds streeft hij naar een socialistische
samenleving waarin iedereen gelijk is en waar de staat het economisch leven
controleert.
Pan-Arabische
staat
Direct nadat Qadhafi en
diens Revolutionaire Commando Raad goed en wel aan de macht waren gekomen,
werden de westerse
invloeden in Libië
teruggedrongen en werd alcohol bijvoorbeeld verboden. Dit verbod ging zelfs
zover dat de regering het nuttigen van alcohol in buitenlandse ambassades
eveneens verbood. In 1971
werd de Arabische
Socialistische Unie opgericht, een organisatie die Qadhafi's ideeën
vertegenwoordigd. De ASU is de enige politieke organisatie in Libië. Naast
sterke nadruk op de islamitische
indentiteit van het land, legde de regering ook bijzondere aandacht aan de
dag voor het pan-Arabisme, wat in die dagen zeer populair was in het
Midden-Oosten. Geïnspireerd door Gamal
Nasser, de Egyptische
president die een groot voorstander was van Arabische eenheid, streefde
Qadhafi van het begin af aan naar een groot-Arabische staat. In 1972
kwam er een "Federatie van Arabische Republieken" tot stand. Deze
federatie bestond uit Libië,
Egypte
en Syrië.
Spoedig bleek deze federatie een dode letter, niet in de eerste plaats
speelde de vraag wie de "leider" van deze federatie zou zijn een
belangrijke rol. Daarnaast bleek er een ernstig conflict te zijn ontstaan
tussen de Egyptische
president Anwar
al-Sadat en Qadhafi. Na het mislukken van deze eerste poging ging
Qadhafi's Libië een federatie aan met het Tunesië van Habib
Bourguiba (1974).
Ook deze federatie bleek een dode letter. Ook tussen Qadhafi en Bourguiba
ontstonden spanningen.
Qadhafi, die zich niet
alleen zag als leider van Libië, maar ook als leider van de gehele
Arabische wereld, ziet het min of meer als zijn roeping zich overal mee te
bemoeien. Zo steunde hij met name in de jaren zeventig en tachtig de PLO
(Palestijnse Bevrijdingsorganisatie). De steun aan de PLO - in de vorm van
wapens en trainingskampen - werd groter nadat Sadat in 1979
een vredesverdrag met Israël
werd gesloten. Qadhafi werd de grote vijand van Sadat. De steun die de PLO
voorheen kreeg van Egypte, kreeg van af dat moment van Libië. Qadhafi
verbrak de betrekkingen met Sadat en steunde de extreem-linkse en de fundamentalistische
oppositie in Egypte. Nu de betrekkingen met Egypte waren verslechterd,
zocht Libië steun bij de Sovjet-Unie
- een land dat hij voorheen altijd had bekritiseerd - De Sovjet-Unie zond
vanaf 1979 de
toen supermoderne MiG-25
vliegtuigen.
In 1977
onderging Libië een grote staatkundige hervorming. De Revolutionaire
Commando Raad werd afgeschaft evenals het ambt van premier. Qadhafi nam het
nieuwe ambt van secretaris-generaal van het Algemeen Volkscongres (parlement)
op zich, en werd daarmee staatshoofd. De premier werd secretaris-generaal
van het Algemeen Volkscomité (ministerraad). In 1979
liet Qadhafi zich van zijn functie ontheffen en bekleed sindsdien geen
staatsambt meer. Toch blijft hij als "Leider van de Revolutie" en
"Gids van de Revolutie" de onbetwiste leider van Libië.
Vanaf de jaren '80
verlegde Qadhafi zijn "werkterrein" van het Midden-Oosten naar de
Sahel-staten.
Zo steunde hij pro-Libische militieleiders in Tsjaad
en zegt hij te streven naar een "Sub-Sahara Federatie" en een
"Saharaanse Islamitische Republiek" (anno 2000).
Reeds in 1972
werd Qadhafi's naam in verband gebracht met de Zwarte
September Groep die tijdens de Olympische
Spelen van 1972 een bloedbad aanrichten (onder de Israëlische
sportploeg). Bekend is Qadhafi's steun aan terroristische groepen, zoals de
IRA en het Democratisch
Volksfront voor de Bevrijding van Palestina, die volgens Qadhafi geen
terroristische groepen zijn maar bevrijdingsbewegingen. Qadhafi's naam
wordt in verband gebracht met aanslagen op vliegtuigen en op vliegvelden in
Wenen en Rome
(1985). De Verenigde
Staten van Amerika zegt dat Qadhafi verantwoordelijk is voor de
bomexplosie in een West-Berlijnse
discotheek
in 1986,
waarbij 3 mensen het leven lieten en 200 gewonden vielen. Op 14
en 15
april 1986
bombardeerden Britse
en Amerikaanse
vliegtuigen vermeende terroristische bases in Tripoli
en Bengasi,
hierbij vielen 37 doden, waaronder een vijftien maanden oud dochtertje van
Qadhafi. Na de bombardementen leek Qadhafi een gematigder koers te zijn
gaan varen.
Niettemin wordt Qadhafi in
verband gebracht met de bomaanslag op een vliegtuig (Pan
Am vlucht 103) dat neerstortte op het Schotse
plaatsje Lockerbie.
Dankzij de inzet van Nelson
Mandela en VN-secretaris-generaal
Kofi
Annan leverde Qadhafi de verdachten uit die tijdens een speciaal
tribunaal in Zeist
(Nederland)
werden berecht.
Aanslag
op Qadhafi, terugtrekking uit Tsjaad,
voetbalrellen
In oktober
1993 pleegden
2000 militairen een mislukte aanslag op Qadhafi's leven.
De Libische militairen die
in Tsjaad
vochten aan de zijde van een pro-Libische president, werden in mei
1994 uit
Tsjaad teruggetrokken. In 1996
liep een voetbalwedstrijd uit in een bloedbad. Pro-Qadhafi en anti-Qadhafi
aanhangers raakten slaags.
Qadhafi
vandaag de dag
Vanaf eind jaren negentig
lijkt Qadhafi een gematigder man te zijn geworden die lijkt te streven naar
een vreedzamer wereld. In 1999
lanceerde Qadhafi "Isratine"
(een samentrekking van Israël en Palestina), waarin hij streeft naar één
staat waarin Palestijnen
en Israëliërs
vreedzaam naast elkaar leven en op politiek niveau evenveel macht moeten
hebben.
Ook streeft Qadhafi naar
een Verenigd Afrika en neemt Libië prominent deel aan de vergaderingen van
de Organisatie
voor Afrikaanse Eenheid (OAU). Hij steekt ook veel geld in de
ontwikkeling van de Afrikaanse
staten.
Na de aanslagen van 11
september 2001
op New
York, Washington
en Pittsburgh
(Pennsylvania),
was hij de eeste Arabische leider die de aanslagen afkeurde en tevens Al
Qaida afwees. In 2002
sprak Qadhafi zijn excuses uit voor de Lockerbie
bomaanslag en bood hij geld aan de slachtoffers aan ter compensatie.
Na de val van het regime
van Saddam
Hoessein in maart
2003 zei
Qadhafi dat Libië bezig was massavernietigingswapens te maken, maar zegde
vervolgens toe het nucleairprogramma stop te zetten en de nucleaire
wapenonderdelen te ontmantelen.
In maart
2004 bezocht Tony
Blair als eerste westerse regeringsleider sinds jaren Libië
en sprak o.a. met Qadhafi.
Qadhafi's naam wordt op
talloze wijzen getranslitereerd:
Gadhafi, Gadaffi, Gaddafi, Gadhdhafi, Ghaddafi, Kaddafi, Kadhdhafi, Khadafy,
Qadaffi, Qaddafi, Qadhafi, Qadhdhafi, Qathafi.
|