|
Mao Zedong (26
december 1893
– 9
september 1976)
was een Chinees
politicus
en partijleider. Mao met zijn Rode
Boekje was decennialang het gezicht van de Volksrepubliek
China.
Mao Zedong (of zoals in de
toentertijd in Nederland en Vlaanderen gebruikelijke transliteratie:
Mao Tse-tung of Mau Tse-toeng) was de leider van de Communistische
Partij van China (CCP) vanaf 1935.
Mao leidde het land op
dictatoriale wijze, met de Culturele
Revolutie als dieptepunt. Tijdens Mao's bewind kwamen miljoenen mensen
om het leven, maar steeg de levensverwachting van 35 jaar (1949) tot 70
jaar (1970) en nam het analfabetisme sterk af.
Jeugd
en achtergrond
Mao Zedong was de zoon van
een redelijk welvarende middelgrote boer uit het plaatsje Shaoshan
in de provincie Hunan.
Mao's vader was (naar eigen zeggen) een zeer strenge vader die zijn
kinderen sloeg. Zijn moeder was een vriendelijke en zachtaardige vrouw die
voor iedereen klaarstond.
Mao volgde een opleiding
aan de kweekschool (d.i. lerarenopleiding lagere school). Tijdens zijn
opleiding sloot hij zich aan bij het Revolutionaire Leger van de Kwomintang(een
nationalistische beweging) van Sun
Yat-sen. Na de revolutie van 1911,
waardoor China
een republiek werd onder respectievelijk Sun Yat-sen en Yuan
Shikai, hervatte Mao zijn opleiding en sloot hij zich aan bij
revolutionaire studieclubs. In 1918
vertrok Mao van Hunan naar Peking.
Mao werd een sympathisant van de linkse 4
Mei-beweging in Peking. Hij trouwde met de dochter van professor Jang
Tsjang-jin. Dankzij de bemiddeling van zijn schoonvader vond hij een
baan als assistent op de universiteitsbibliotheek van de Universiteit
van Peking.
Communist
Tussen 1920
en 1921 reisde
Mao door China
en maakte kennis met het dagelijks leven van de arme landarbeiders, de
kleine boeren, handwerklieden en arbeiders. Terug in Peking (1921)
begon Mao zich in te zetten voor de rechten van de proletariërs en boeren.
In juli 1921
woonde de 27-jarige Mao het eerste congres van de Communistische
Partij van China (CCP) bij en liet zich inschrijven als lid. Zijn
politieke talent werd opgemerkt door de vertegenwoordiger van de Comintern
die de CCP adviseerde, de Nederlander Henk
Sneevliet (in China beter bekend als Maring). In 1923
werd Mao in het Centraal Comité van de CCP gekozen.
De CCP werkte in de jaren
twintig nauw samen met de nationalistische Kwomintang
van Sun Yat-sen. Er werd besloten dat CCP-leden lid konden worden van de Kwomintang,
zonder dat de twee partijen zouden gaan fuseren. In 1924
was Mao een van de zeven CCP'ers die in het Centraal Uitvoerend Comité van
de Kwomintang werden gekozen. Van 1924
tot 1927 was
Mao Zedong directeur van het Boerenopleidingsinstituut van de Kwomintang.
In 1927 maakte
Mao een inspectiereis naar zijn geboorteprovincie Hunan.
Hier schreef hij zijn beroemd geworden Rapport over een onderzoek naar
de boerenbeweging in Hunan. Dit rapport was een vroeg-maoïstisch
werk.
Vanaf het einde van de
jaren twintig ontwikkelde Mao diverse politieke theorieën (het maoïsme).
De belangrijkste door Mao ontwikkelde theorie is die over het belang van de
boeren in de revolutie. Hierin week Mao af van het traditionele marxisme
en marxisme-leninisme,
omdat men daar uitgaat van een arbeidersrevolutie. Mao ontwikkelde de
theorie van de guerrillastrijd
en werkte de theorie van de dictatuur
van het proletariaat verder uit.
De
Lange Mars, Voorzitter van de CCP
In 1927
kwam Kwomintangleider Chiang
Kai-shek aan de macht. Chiang moest niets hebben van de communisten
en verbrak het bondgenootschap met hen. Vanaf 1927
was er sprake van een grote burgeroorlog
tussen de nationalisten (Kwomintang) en de communisten.
Samen met Zhu
De (Tsjoe Te) richtte Mao het Chinese Rode
Leger van Arbeiders en Boeren op. Mao en zijn mannen kwamen in 1927
te Changsha
in opstand, maar deze opstand mislukte. Mao trouwde daarna voor de tweede
keer, omdat zijn eerste vrouw tijdens de strijd tegen de nationalisten was
overleden. Omdat de guerrilla tegen de nationalisten niet voorspoedig
verliep, nam een groep van 28 Bolsjewieken
de macht in de CCP over. Mao's positie in het Centraal Comité werd
hierdoor ernstig verzwakt. In 1930
vestigden de communisten zich te Jiangxi,
waar in 1931
de Sovjetrepubliek China werd uitgeroepen, met Mao als voorzitter. Langzaam
maar zeker wist Mao zijn macht te herwinnen. De Jiangxi-sovjet
lag voortdurend onder vuur door de aanvallen van Tsjang Kai Tsjeks
nationalistische leger. Het gebied werd volledig omsingeld. In oktober
1934 waagden
de communisten een uitbraak. Onder leiding van Mao, Zhu De en Zhou
Enlai trokken de communisten van het zuid-oostelijk gelegen Jiangxi
naar het noord-westelijke Shaanxi.
Deze tocht, die de geschiedenis inging als de "Lange
Mars", duurde meer dan een jaar. Men legde volgens de communisten
ongeveer 10.000 kilometer af. Volgens twee Britse wandelaars die de tocht
in 2003 na 384 dagen volbrachten, was de mars zo'n 6000 kilometer lang.
Onderweg werd in januari
1935 een
belangrijke conferentie gehouden. Op deze conferentie werd Mao Zedong tot
voorzitter van de CCP gekozen. Vanaf dat moment was hij de onbetwiste
leider van de Chinese communistische beweging.
Eind 1935 bereikten de
communisten Yan'an
in de provincie Shaanxi,
waar Mao zijn hoofdkwartier opzette. In de daarop volgende jaren gaf Mao
gestalte aan zijn politieke en militaire ideeën. Hij bestudeerde het marxisme,
schreef talrijke geschriften (w.o.: Strategische problemen van de
Chinese revolutie, Over de praktijk, Over de tegenstellingen, Over de
nieuwe democratie).
Samenwerking
met de nationalisten
Van 1937
tot 1945 was China
in oorlog met Japan,
dat grote stukken van Oost-China had bezet en zelfs een "onafhankelijke"
staat in Mantsjoerije
had gesticht. In juli
1937 sloten
Mao en Tsjang Kai Tsjek een bondgenootschap om in een verenigd front
gezamenlijk de Japanners
te bestrijden. De nationalisten en communisten sloten een wapenstilstand.
Tijdens de Tweede
Wereldoorlog legde Mao in de door de communisten gedomineerde gebieden
de grondslag voor de bestuurspraktijken waarmee de CCP ten slotte heel China
zou gaan besturen. In 1942
scheidde Mao en trouwde daarna met Jiang
Qing. Zij zou later een grote machtspositie bereiken. In 1942
begon de eerste "rectificatiecampagne". Partijleiders werden
gedwongen (verregaande) 'zelfkritiek' uit te oefenen. Later zouden er nog
meer rectificatiecampagnes worden gevoerd.
In 1944
werd Mao op het 7de partijcongres van de CCP tot staatshoofd van het door
de communisten beheerste Chinese gebied gekozen.
Na de Japanse
capitulatie in augustus 1945
viel het broze bondgenootschap tussen Tsjangs nationalisten en Mao's
communisten uiteen. Mao's positie was echter aanzienlijk versterkt, mede
dankzij de Russische aanwezigheid in Mantsjoerije
en Oost-Turkestan,
maar ook dankzij de propaganda die de communisten tijdens het
bondgenootschap onder de boeren en arbeiders hadden verspreid. Ondanks de Amerikaanse
bemiddeling duurde de burgeroorlog voort tot december
1949, toen de
laatste restanten van Tsjangs leger zich terugtrokken en naar Taiwan
werden overgebracht.
Tijdens de laatste maanden
van de burgeroorlog vestigde Mao zich even buiten Peking
(in Xiangshan, de Zoetgeurende Heuvels). Tot oktober
1949 werd
China bestuurd door een militaire regering geleid door Mao. Op 1
oktober 1949
proclameerde Mao vanaf de Poort van de Hemelse Vrede (Tiananmen)
de Volksrepubliek
China en werd er een voorlopige grondwet aangenomen. Mao Zedong werd
tot voorzitter van de centrale regering gekozen (dwz. staatshoofd). Mao
verenigde het voorzitterschap van de republiek en het voorzitterschap van
de CCP in zijn persoon. Mao vestigde zich in Zhongnanhai, een ommuurd
traditioneel complex in Peking.
De nieuwe regering werd
volledig geleid door de CCP, en in het bijzonder door het Permanente Comité
van het Politburo,
het dagelijks bestuur van de communistische partij. China
werd geen éénpartijstaat; in het Volkscongres voor Politieke Adviezen
werden 8 "democratische" partijen opgenomen, met een adviserende
functie.
Vrijwel direct na zijn
aantreden als voorzitter van de republiek vertrok Mao naar het Kremlin
in Moskou
voor besprekingen met de toenmalige Sovjet-Russische
leider Jozef
Stalin. Mao en Stalin kwamen overeen dat de laatste zijn troepen uit Mantsjoerije
en Oost-Turkestan
zou terugtrekken. Mao was erg gereserveerd, omdat de Sovjet-Unie
de CCP tijdens de burgeroorlog niet had gesteund.
In januari
1950 keerde
Mao naar China
terug. De regering pakte de omvorming van China tot een communistische
staat behoedzaam aan. In de voorlopige grondwet werd China ook niet
specifiek omschreven als een socialistische staat, maar meer als een
socialistische staat in wording. Er was zelfs de mogelijkheid om discussie
te voeren omtrent het beleid en over de richting die de volksrepubliek op
moest gaan (de zgn. Honderd-bloemencampagne).
In 1954
nam China een nieuwe grondwet aan. Mao werd opnieuw voorzitter van de
volksrepubliek. De nieuwe grondwet omschreef China als een socialistische
volksrepubliek en het gematigde beleid werd overboord gezet.
Halverwege de jaren
vijftig werd de "Campagne tegen rechtse elementen" gestart.
"Rechtse elementen" waren de bureaucratie (in de ogen van Mao
vertraagden zij het revolutionaire beleid), bepaalde elementen in het leger,
en een deel van de partijleiding. In 1958
begon de Grote
Sprong Voorwaarts. De Grote Sprong Voorwaarts was typisch maoïstisch
te noemen, omdat het via enkele 'grote sprongen' China wilde omvormen tot
een moderne, zelfvoorzienende en gecollectiviseerde natie. Onafhankelijke
boerenbedrijven werden afgeschaft en samengevoegd tot volkscommunes.
Op de achtererven van de boerderijen werden staaloventjes opgericht. In die
oventjes moesten de boeren uit ijzererts ijzer ('staal') halen. Via dit
simpele - en goedkope - beleid wilde Mao China omvormen tot de grootste
staalproducent ter wereld. Het enige dat echter ontbrak was ijzererts.
Boeren werden min of meer gedwongen om hun eigen bestek, pannen enz. om te
smelten om op die manier 'staal' (van zeer slechte kwaliteit) te winnen.
De Grote Sprong riep veel
kritiek op binnen de CCP. In 1959
trad Mao daarom af als voorzitter van de volksrepubliek en werd in die
functie opgevolgd door Liu
Shaoqi. Hoewel Mao's positie nu verzwakt was, bleef hij als voorzitter
van de CCP de machtigste Chinese politicus.
Mao Zedong reisde in zijn
luxueuze trein door China en logeerde als gast bij lokale
partijsecretarissen. Hij sprak met het volk en hoorde hun klachten aan. Mao,
die sterk geloofde in zijn 'missie', besloot dat hij de macht moest
terugwinnen en de oude partijleiding van de troon moest stoten. Een van
Mao's naaste medewerkers, maarschalk Lin
Biao, publiceerde in 1966
het boekje Citaten van Mao Zedong. Dit boekje, dat korte uitspraken
van Mao bevat en gerangschikt is in hoofdstukken, zou de geschiedenis
ingaan als het Rode
Boekje. Linkse studenten begonnen het Rode Boekje als een
heilig geschrift te beschouwen en beschouwden het als hun ultieme politieke
inspiratiebron. Jongeren richtten Rode
Gardes op en eigen tribunalen om "contrarevolutionaire elementen"
te berechten. Mao werd de "Grote Roerganger" van de Culturele
Revolutie en wist meer macht naar zich toe te trekken. Al gauw werden
voorzitter Liu
Shaoqi, Deng
Xiaoping, Hua
Guofeng en anderen tot "volksvijanden" en "contrarevolutionairen"
betiteld, en kwamen in de gevangenis terecht. Het voorzitterschap van de
republiek kwam tijdelijk te vervallen. (De leemte werd opgevuld door de
vicevoorzitter.)
In de Culturele Revolutie
kwamen vele leraren, intellectuelen, artsen en professoren, alsook boeren
en arbeiders en anderen achter de tralies terecht, of werden opgesloten in
concentratiekampen ('heropvoedingskampen'). Ook was deze periode bijzonder
slecht voor de Chinese economie. De landbouw lag in de jaren 1966-1969
vrijwel stil en er heerste hongersnood. Op het 9de partijcongres verklaarde
Mao dat de Culturele Revolutie tot een einde was gekomen.
Begin jaren zeventig kwam Lin
Biao om bij een mysterieus vliegtuigongeluk. Lin was mogelijk betrokken
geweest bij coupplannen, gericht tegen Mao Zedong.
Vanaf 1975
werd de Chinese politiek beheerst door een ernstig conflict tussen de zgn. Bende
van Vier, waartoe ook Mao's vrouw Jiang
Qing behoorde, en de gematigden, waartoe premier Zhou
Enlai behoorde. Zhou overleed op 8
januari 1976
en dit betekende een (tijdelijke) overwinning voor de Bende van Vier.
Overlijden
Mao, die aan de ziekte
van Parkinson (volgens zijn lijfarts Li Zhisui ging het echter om
amyotrofische laterale sclerose) leed, werd kort na Zhou Enlai's dood
ernstig ziek. Mao overleed na een ziekbed op 9
september 1976.
Zijn lichaam werd gebalsemd en te ruste gelegd in een mausoleum op het Tiananmenplein.
Direct na Mao's overlijden
brak er een machtsstrijd los tussen de Bende van Vier en hun tegenstanders,
o.l.v. Deng
Xiaoping. Dit resulteerde in een overwinning voor Deng en de zijnen:
Mao's opvolger Hua
Guofeng liet alle leden van de Bende van Vier arresteren en gevangen
zetten.
Het is wonderlijk hoe snel
men in China het maoïsme
na Mao's dood weer losliet. Hoewel Mao ook na zijn dood verheerlijkt werd,
oefende de nieuwe partijleiding openlijk kritiek uit op de Grote
Sprong Voorwaarts en de Culturele
Revolutie.
Tijdens Mao's bewind
kwamen er miljoenen Chinezen om. Daar stond tegenover dat de
levensverwachting van 35 jaar (1949) omhoog ging tot 70 jaar (1970) en het analfabetisme
ook sterk afnam. Desondanks is zo'n zelfde patroon ook te zien in andere,
niet-communistische, Oost-Aziatische landen.
Persoonsverheerlijking
Rondom de persoon van Mao
was er met name in de jaren zestig en zeventig een hysterische persoonsverheerlijking
ontstaan. Deze persoonsverheerlijking, te vergelijken met die rond de
personen van Stalin
en Hitler,
ging alle bevattingsvermogen te boven. Het dient vermeld te worden dat Mao
de persoonsverheerlijking rond zijn persoon niet actief stimuleerde.
Anderzijds keurde hij haar niet af.
Ook ver na Mao's dood, in
de jaren '90 en '00, wordt Mao door velen nog als een soort god gezien. Op
veel plaatsen in China zijn gelukbrengende amuletjes met zijn foto te koop,
en in veel steden en op campussen staat een groot beeld van Mao.
Dichter
Mao was ook dichter en
kalligraaf. Zijn gedichten zijn in traditioneel Chinees
geschreven.
Korte
inleiding op de Chinese poëzie
Chinese poëzie is een van
de rijkste ter wereld. In het Westen veeleer onbekend, maar het kent toch
een traditie van in de 7e eeuw tijdens de T'ang-dynastie. In het merendeel
van de Chinese poëzie kunnen we geen persoonlijke elementen terugvinden.
Wanneer men in China aan poëzie deed was dit meestal voor een speciale
gelegenheid, een dankwoordje of iets van die aard. Dit zou komen doordat de
Chinezen vaak in de onderdrukking zijn geweest. Het dichterschap heeft er
ook nooit een hoog aanzien gekend.
De klassieke poëzie is in
China erg beknopt, niet specifiek en kunstmatig. De regels zijn meestal erg
kort en werkwoorden, bijwoorden en naamwoorden zijn niet altijd even
makkelijk van elkaar te onderscheiden. Het is ook niet altijd mogelijk te
achterhalen vanuit welk perspectief het gedicht is geschreven. Zelfs of men
nu het heden of het verleden beschrijft is niet steeds duidelijk. De
kenmerken die hierboven zijn vermeld maken het erg moeilijk om Chinese
gedichten naar een andere taal te vertalen. Een Chinees dichter rekent op
het culturele geheugen van de lezer en als je niet echt bekend bent met de
Chinese cultuur, is het erg moeilijk de gedichten te begrijpen.
Stijl
De meeste van Mao's
gedichten werden geschreven in de ci-stijl. Deze stijl was erg veel
voorkomend tot aan het einde van de negentiende eeuw. Men vindt in deze
stijl geen welbepaald rijmschema en ook de lengte van de regels kon
verschillen. Het was dus een erg vrije stijl die wel overeenkomt met de
gedachten van de jonge Mao, die in zijn jonge jaren erg veel belang hechtte
aan zijn eigen vrijheid.
Mao voelde persoonlijk
niet al te veel voor de moderne Chinese gedichten. Hij zei hierover het
volgende: "De nieuwe poëzie is vormloos. Niemand leest haar. Ik zou
haar tenminste niet lezen, behalve als je me er geld voor zou geven."
Over de kwaliteit van de gedichten van Mao variëren de meningen. Sommigen
beweren zelfs dat, indien hij de geschiedenisboeken niet was ingegaan als
leider van China, hij er wel in zou hebben gestaan als dichter. Anderen
vinden er dan weer niets bijzonders aan.
|