|
Francisco Paulino
Hermenegildo Teódulo Franco y Bahamonde Salgado Pardo (4
december 1892
– 20
november 1975)
kortweg Francisco Franco Bahamonde, en beter bekend als Generalísimo
Francisco Franco was een Spaans
dictator
van 1939 tot
zijn dood in 1975.
Hij stond bekend als el Caudillo ("de leider").
Francisco Franco maakte in
de jaren
'20 onder de dictatuur
van Primo
de Rivera carrière bij het Spaanse leger in Marokko. Onder de republiek
was hij onder meer gouverneur van de militaire academie van Zaragoza. In
het najaar van 1934
stuurde de rechtse regering van dat moment hem naar Asturië
om de bezetting van de kolenmijnen door de anarchistische
mijnwerkers te beëindigen. Generaal Franco gebruikte daarbij grof geweld
en richtte een bloedbad aan.
Toen in februari 1936
het Volksfront
de verkiezingen won, deed Franco een beroep op de nieuwe premier Manuel
Azaña om de staat van beleg uit te roepen, wat deze weigerde. In
plaats daarvan stuurde hij Franco als gouverneur naar de Canarische
eilanden, een veredeld soort ballingschap.
Vanuit het toenmalig
Spaanse deel van Marokko
begon hij de Spaanse
Burgeroorlog, die tot 1939
zou duren en veel mensenlevens zou eisen. Franco werd actief gesteund door
het fascistische
regime van Mussolini
in Italië
en het nazistische
regime van Hitler
in Duitsland.
De laatste zond zelfs een deel van zijn luchtmacht naar Spanje die een
onderdeel vormde van het Condorlegioen.
Ook de machtige kerk stond aan Franco's kant. De andere zijde in deze
oorlog die wel als voorspel van de Tweede
Wereldoorlog gezien wordt, werd onder andere door de communisten
en de Sovjet-Unie
gesteund.
Hoewel Franco won, was hij
niet bereid aan de kant van zijn mede-fascisten
aan de Tweede
Wereldoorlog deel te nemen. Hij achtte daar Spanje te veel voor
verzwakt. Hij stond de Duitsers zelfs niet toe, om over het Spaanse
grondgebied op te rukken naar Gibraltar.
Hij stuurde in 1941 wel de Blauwe
divisie naar het Oostfront
die echter weer in 1943 teruggehaald werd, toen het duidelijk werd dat de
geallieerden aan de winnende hand waren. Maar binnenlands richtte hij de
staat in naar fascistische snit: hijzelf als Leider
aan het hoofd van een nationale partij, de Falange
Española Tradicionalista y de las JONS (FET).
Na de Tweede
Wereldoorlog begon Franco de bakens te verzetten. Om te beginnen werd
in 1947 in
naam de monarchie hersteld. Verder rangeerde de Caudillo zijn zwager, de
extremist Serrano Suñer, op een zijspoor. Zo maakte hij zich, in de
verhoudingen van de Koude
Oorlog, aanvaardbaar als partner voor de Verenigde
Staten, vooral toen daar de Republikeinen
aan de regering kwamen. Maar de Europese bondgenoten verhinderden dat
Spanje, zoals dat wel met het Portugal van Salazar
gebeurd was, lid kon worden van de NAVO.
Ook de EEG (later de EU)
stond erop dat Spanje slechts dan lid van Europa kon worden als het democratisch
werd.
Onder zijn bewind werd
iedere vorm van oppositie hardhandig de kop ingedrukt, maar kende Spanje
ook een periode van betrekkelijke stabiliteit. De toegenomen welvaart in de
jaren zestig leidde tot een nieuwe middenklasse die naast economische ook
meer politieke vrijheid ging eisen. De laatste vijf jaar nam de kritiek op
Franco sterk toe. Toen Franco in 1975
op 82-jarige leeftijd overleed kwam een einde aan een der laatste dictaturen
in West-Europa.
Franco had zijn opvolging
goed voorbereid. Al in 1973 had hij de dagelijkse leiding van de regering
overgedragen aan een premier, Carrero
Blanco. Deze kwam echter zes maanden later bij een spektaculaire
ETA-aanslag om het leven. Daarnaast had hij de kleinzoon van de laatste
koning van Spanje, Juan
Carlos, jarenlang voorbereid op de opvolging. Twee dagen na zijn dood
werd deze beëdigd als koning van Spanje. Hoewel hij een vertrouweling was
van Franco stuurde hij toch al gauw onverwacht aan op herstel van de democratie
en de federalisering
van Spanje.
De aanhang van de caudillo
is na zijn dood snel geslonken. Zijn volks-fascistische volgelingen werden
gemarginaliseerd; zijn uiterst rechtse gunstelingen zoals Fraga werden
weggepromoveerd naar de uithoeken van het land. Straten en pleinen die
vernoemd waren naar Franco en andere kopstukken uit de Franco-tijd, kregen
andere namen. Op 17
maart 2005
werd het laatste standbeeld van Franco in Madrid uit het straatbeeld
verwijderd.
|