|
Nicolae Andruță Ceaușescu
(Scornicești
26
januari 1918
– Târgoviște
25
december 1989)
was een Roemeens
dictator.
Biografie en binnenlands
beleid
Ceaușescu was staatshoofd
van Roemenië
van 1968-1989. Ceaușescu was sinds 1933
lid van de Roemeense Communistische Partij. Gedurende de Tweede
Wereldoorlog dook hij onder voor de troepen van de fascistische
dictator Maarschalk Ion
Antonescu. Na de bevrijding van Roemenië
door het Rode
Leger in 1944
werd Ceaușescu secretaris van de communistische jeugdbeweging. Even na de
oorlog trouwde hij ook (met goedkeuring van de partij) met Elena
Ceaușescu. In 1948
werd hij kandidaat-lid van het Centrale Comité van de Roemeense Werkers
Partij (voorheen de Roemeense Communistische Partij); stemhebbend-lid in 1952;
lid van het Politburo 1954.
Aan het einde van de jaren veertig en het begin van de jaren vijftig was
hij vice-minister van Landbouw en Defensie. Al in 1965 werd hij eerste
secretaris van de Roemeense Communistische Partij, als opvolger van de toen
overleden ex-premier en partijsecretaris Gheorghiu-Dej.
In 1967 werd
hij voorzitter
van de Staatsraad (dat wil zeggen staatshoofd). Vanaf 1968
trok hij gaandeweg allerlei machtsfuncties naar zich toe en regeerde hij in
toenemende mate als dictator.
In 1974 werd
hij president, een speciaal voor hem gecreëerde functie. Vanaf de jaren
zeventig werd hij de Conducator (= 'Leider') genoemd; dezelfde titel
die de dictator Ion
Antonescu in de jaren veertig droeg.
Om de staatsschuld terug
te dringen mocht er in de winter amper worden gestookt. Uiteindelijk werd
de staatsschuld inderdaad teruggedrongen, maar dat het volk daar hinder van
ondervond, deerde de dictator schijnbaar niet; evenals zijn plan om de
Roemenen ervan te overtuigen dat ze teveel aten. (De ware reden was
natuurlijk dat er te weinig voedsel was).
Halverwege de jaren
tachtig kwam Ceaușescu met zijn meest bizarre idee: het platteland en de
plattelandsdorpen moesten in hun huidige vorm verdwijnen. De oude dorpen
moesten worden vernietigd en vervangen door een soort agrarische centra.
Boeren zouden dan een soort agrarische arbeiders worden. Dit leidde tot
binnen- en buitenlandse kritiek. Deze plannen werden echter niet uitgevoerd
omdat Ceaușescu in 1989
ten val kwam.
Opstand tegen Ceaușescu
In december 1989
brak er een grote opstand o.l.v. van de Hongaarstalige dominee László
Tökes uit in Timișoara.
Aanvankelijk was de orde snel hersteld, maar tijdens het staatsbezoek van
Nicolae en Elena Ceaușescu aan Iran
(17-19 december
1989) laaide
de opstand weer op. Vlak voor Kerst
keerden de Ceaușescus weer terug naar Boekarest, de hoofdstad. Op 20
december sprak hij het land toe op de televisie, waarin hij de Westerse
imperialisten de schuld gaf van de chaos in het land. Een dag later
organiseerde de partijafdeling van Boekarest
een massabijeenkomst van trouwe partijleden voor het gebouw van het
Centraal Comité. Toen Ceaușescu aan zijn toespraak begon, begonnen de
mensen voor het gebouw te demonstreren en eisten het aftreden van Ceaușescu.
Die avond openden de Securitate
het vuur op demonstranten. Het leger koos de zijde van de opstandelingen en
de volgende ochtend moesten Nicolae en Elena met een helikopter vluchten
waarbij de piloot onder schot werd gehouden door een of meerdere van de
lijfwachten. Toen de brandstof van de helikopter opraakte, landde de piloot
en werd door de lijfwachten van Ceaușescu een auto gevorderd. Later
stapten ze over in een andere auto. Laat in de middag werden de Ceaușescus
echter herkend en gearresteerd. Nicolae en zijn vrouw Elena werden na een
schijnproces geëxecuteerd. De executie vond plaats op een militaire basis
in Târgoviște
en werd als bewijs van hun dood gefilmd en wereldwijd per televisie
vertoond. Later bleek dat de getoonde executie op de tv in scène was
gezet en dat de echte executie al iets eerder had plaatsgevonden. Nicolae
Ceaușescu werd opgevolgd door de gematigde ex-communist Ion
Iliescu.
N.B. Van te voren wist
rechter Gica Popa niet wie hij ging berechten. Meerdere aanwezige mensen
wisten niet wat hun te wachten stond. De verschijning van de beide Ceaușescu's
was dan ook voor velen een verrassing, ook voor de openbaar aanklager. De
Securitate was pas later op de hoogte van de verblijfplaats van Ceaușescu.
De Securitate was tot voor de dood nog trouw aan de ex-dictator en was dan
ook van plan de Ceaușescu's te bevrijden. Na de executie brak er totale
paniek uit onder de aanwezigen. Iedereen was herkenbaar in beeld geweest en
hoe zouden de mensen reageren wanneer zij terug zouden keren naar Boekarest?
Er werd inderdaad geschoten op enkele van hen maar of dat tegen hen was of
dat het losse schoten in de hoofdstad waren, niemand weet het.
Buitenlands beleid
Ceaușescu buitenlands
beleid kenmerkte zich door zijn streven een redelijk onafhankelijke koers
te varen ten opzichte van de Sovjet-Unie.
Roemenië maakte als vazalstaat van de SU deel uit van het Oostblok, maar
verzette zich onder leiding van Ceaușescu tegen de door Nikita
Chroesjtsjov ontworpen doctrine om de hofleverancier van de Sovjet-Unie
te worden voor olie en graan. Ook weigerde hij troepensteun te geven voor
de militaire inval in Tsjechoslowakije
door Sovjettroepen na de 'Praagse
Lente' in 1968.
Bovendien koos Roemenië geen partij in het conflict tussen China
en de Sovjet-Unie. Hoewel hij in 1970 een nieuw vriendschapsverdrag met de
Sovjet-Unie sloot, gaf dit alles Ceaușescu toch een zeker aanzien in het
Westen. Later, toen de binnenlandse politiek van de dictator op groeiende
weerstand stuitte, verloor hij het opgebouwde krediet. Desondanks
beschouwde de VS Ceaușescu in de jaren tachtig nog steeds als een
bondgenoot. De Amerikaanse regering was ervan overtuigd dat in geval van
oorlog, Roemenië de kant van het Westen zou kiezen. Uit documentatie bleek
echter dat dit beslist niet zo was: Ceaușescu's relatieve vrijheid kocht
hij namelijk af met de belofte het Warschaupact in geval van een militair
conflict met het Westen de Russen onvoorwaardelijk te steunen.
Onderdrukking
De Roemeense bevolking
werd systematisch onderdrukt en was door de vele infiltranten bij de
geheime dienst niet veilig. Door de grote onzekerheid en armoede waar men
in leefde, zag men vaak geen andere oplossing dan te spioneren voor de
Securitate. Het was niet ongewoon dat je broer, zus, vader of moeder een
infiltrant kon zijn en je binnenshuis dan ook niet kon zeggen wat je wilde.
De DIE (afdeling externe inlichtingen van de geheime dienst) introduceerde
eind jaren '70 van de vorige eeuw een afluistersysteem via de telefoon. Ook
wanneer de hoorn op de haak lag, kon de geheime dienst meeluisteren.
Aangezien het systeem alleen werkte met die ene door de geheime dienst
speciaal ontwikkelde telefoon, werden op last van Ceaușescu alle telefoons
in het land vervangen. In vrijwel alle andere plaatsen van hotels tot
scholen waren afluistersystemen geplaatst van microfoontjes in een
schilderij tot microfoontjes onderop in een bakje met suikerklontjes.
Direct aan de leiding van de Securiate stond Ion
Mihai Pacepa, die op 25 juli 1978 deserteerde.
Ceaușescu's
vertrouwelingen
De Roemenen die in direct
of indirect contact stonden met Ceaușescu, hielden hun posities binnen het
communistische systeem niet lang. Alhoewel Ceaușescu steeds meer
familieleden in de hoogste rangen van het regime plaatste, wisselde Ceaușescu
posities van niet-familieleden constant om ervoor te zorgen dat hun macht
niet te groot werd. Enkele (bekende) namen van het toenmalige regime-Ceaușescu:
Ion
Mihai Pacepa, Constantin Manea (stafhoofd), Teodor Coman (minister van
binnenlandse zaken), Nicolae Plesita (staatssecretaris), Nicolae Militaru,
Ion Gheorghe Maurer (minister-president), Dumitru Popescu (pers en
propaganda), Eugen Luchian (secretaris), Constantin Munteanu (generaal),
Constantin Olcescu (kolonel), Kolonel Bajenaru (lijfwacht), Stefan Andrei (minister
van buitenlandse zaken) en Generaal Nicolae Stan (chef lijfwacht).
De veiligheidsdienst
van Ceaușescu was de grootste ter wereld. Iedere Roemeense ambassadeur in
het buitenland was een verlengstuk van het regime in Boekarest. Al het
andere personeel van ambassades werd geronseld door de DIE. Na het
overlopen van Ion
Mihai Pacepa viel de geheime dienst al snel uiteen. Elena
Ceaușescu begon daarop met een hernieuwde poging om de
veiligheidsdienst weer op de been te krijgen. Sommige DIE-medewerkers en
overheidsfunctionarissen verdwenen, waaronder Eugen Luchian die zijn kans
schoon zag om in al het rumoer de benen te nemen.
Persoonlijkheidscultus
Ceaușescu bouwde in eigen
land gestaag aan een cultus rond zijn persoon. Zijn ideologische
geschriften waren verplichte kost in het onderwijs, de media werden van
staatswege volledig gecensureerd en het straatbeeld werd 'opgesierd' door
enorme portretten en beelden van de leider. Ceaușescu's houding ten
aanzien van dissidente krachten binnenslands werd gaandeweg grimmiger. Ook
godsdienstvrijheid, hoewel gegarandeerd in de grondwet, werd, behalve voor
de aan de leiband van de staat lopende Roemeens-Orthodoxe
kerk, niet of nauwelijks gerespecteerd. Een groot aantal politieke en
religieuze dissidenten werd gevangen gezet. Door middel van de geheime
politie, de Securitate,
werd de persoonlijke vrijheid van de Roemenen onderdrukt.
In de jaren zeventig brachten Nicolae en Elena officiële staatsbezoeken
aan China
en Noord-Korea.
Ze waren zeer onder de indruk van de parades, de kinderen die bloemen
aanboden en massabijeenkomsten in de stadions. Terug in Roemenië, nadat ze
voldoende inspiratie hadden opgedaan, werden er vanaf dat moment
massabijeenkomsten gehouden in stadions, er werden gedichten opgedragen aan
de Ceaușescus, maar ook moesten reguliere televisieuitzendingen wijken
voor toespraken van de leider. Ceaușescu begon ook te denken dat hij
afstamde van een Roemeense nationalistische prins. Nicolae kreeg titels als
'Wakende Eik aan de Donau' en 'Leider' (Conducator), terwijl Elena de 'Beschermvrouwe
van de Wetenschap' en 'Moeder der Roemenen' werd.
De laatste jaren van zijn
regime verdacht men hem van hoogmoedswaanzin, hetgeen vooral tot
uitdrukking kwam in het 'stadsvernieuwingsproject.' In 1977
was er een enorme aardbeving in Boekarest, die een deel van het oude
centrum verwoestte. Dit kwam de Ceaușescus wel goed uit: nu konden ze een
grote stadsvernieuwing doorvoeren. Er werd een enorme boulevard aangelegd,
flats verrezen en een deel van het oude centrum werd platgewalst. Aan het
einde van die boulevard werd een gebouw neergezet, het Palatul
Parlamentului (Paleis van het Parlement), waarvoor een aantal
woonwijken werd platgewalst. Dit paleis, na het Pentagon
en het Potala-Paleis
het grootste gebouw ter wereld, was bedoeld 'voor het volk', maar de meeste
mensen wisten dat dit gewoon zou worden gebruikt als privé-paleis van de
Ceaușescus.
Opzienbarend mag Nicolae's
bijgeloof worden genoemd. Men zegt dat hij bang was voor vampiers.
Desondanks werd Vlad de Spietser (Dracula)
tot nationale held verheven. Net als veel dictators leed hij ook aan
smetvrees. Nadat hij iemand de hand geschud had, verscheen er een bodyguard
die zijn handen met alcohol kwam ontsmetten. Voor een zo machtig man at
Ceaușescu praktisch niets. Dit behoorde tot zijn - door hemzelf in het
leven geroepen - dieet.
|